Problemen bij het paardengebit

 

 

De onderkaak is smaller dan de bovenkaak. Dit zorgt ervoor dat er bij te weinig slijting door zacht voer en te weinig maal uren per dag al makkelijk scherpe punten en haken ontstaan.

In zijn natuurlijke leefomgeving leeft het paard voornamelijk van stug gras en ander plantaardig voedsel dat door de snijtanden afgerukt wordt. Het gras in de weilanden is tegenwoordig veel zachter (vetter) en paarden staan in het algemeen veel meer op stal, waardoor hun snijtanden niet genoeg afslijten ten opzichte van de kiezen. Die snijtanden worden dus te lang. Dit heeft tot gevolg dat de kiezen achter in de mond niet meer in occlusie zijn (de kiezen komen verder van een te staan) en het voer niet goed vermalen kan worden. Niet goed vermalen voer is minder goed verteerbaar, het geen kolieken kan veroorzaken, maar ook het rendement van het voedsel is lager.

Tandproblemen ontstaan vaak zeer geleidelijk. Indien gewacht wordt totdat het paard duidelijke problemen vertoont, zijn de behandelingsmogelijkheden beperkt. Het is beter om reeds in een vroeg stadium kleine afwijkingen te kunnen corrigeren om alzo ergere problemen te voorkomen. Paarden zijn zeer sterk in het verbergen van tandproblemen, daarom moet het gebit minstens 1 maal per jaar nagekeken worden. Een gebit dat minder gebruikt wordt en dus minder slijt kan ook andere problemen veroorzaken, erger dan haken en scherpe punten. Hieronder staan deze uitgelegd:

 

 

 

 

 

Haken / scherpe punten

Overbeet                                                                    Onderbeet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gevolgen:

  • Afwijkende slijtage snijtanden
  • Gestoorde lateraal beweging
  • Gestoorde AP beweging
  • Verminderde occlusie

 

Persisterende melktanden/ Doppen:

 

De dop is niets anders dan een melktand. De melktand wordt door de nieuwe blijvende kies eruit geduwd. Deze tand slijt langzaam af en valt er in regel vanzelf uit. Als dat niet gebeurt dient deze verwijderd te worden. Tussen de nieuwe en oude tand kunnen voedselresten gaan zitten wat kan leiden tot ontstekingen. Ook kan de dop de groei van de nieuwe blijvende kies hinderen.

Het wisselen van de tanden gebeurt tussen zijn 2e en 5e levensjaar.

 

Protuberant:  

Wolfstanden

 

Eerste rudimentaire kies,

kan zowel boven als onder voorkomen en zichtbaar als blind.

Deze tand heeft geen functie, maar stoort wel wanneer het paard

met bit wordt gereden.

Simpele ingreep met locale verdoving.

 

 

Blinde wolfstand:

ETR/ ATR:

 

Accentuated transverse ridges

blokkeert de AP ( anterior-posterior ) beweging

 

 

Gleuven in het kauwoppervlak van links naar rechts

(lingual naar buccal)

Gespleten tanden:

Tandsteen:
Diastase:

Verkeerde slijting in de snijtanden:

 

Gestoorde lateraal en AP beweging

 

 

Punten op 103 en 203:                                      Verkeerde hoek in de snijtanden:

 

Diagonaal in de snijtanden
Smile                                                                                  Frown

Ramps:

 

Verslechtering maalfunctie

Blokkeert de AP beweging

 

Voor:                                                                                              Na:

EOTR syndroom:

 

Sterke gingivitis met aantasting tanden, tumorische aandoening waarbij de tand cement blijft aanmaken.

 

De eerste symptomen van EOTRH:                                       EOTRH ver gevorderd: